"Na het einde van de Tweede Wereldoorlog werd de noodzaak van een internationale overeenkomst over de bescherming van cultuurschatten duidelijk voor de hele vooruitstrevende mensheid. In die jaren brengt Nicholaas Roerich, terwijl hij in India was, opnieuw het idee van het Pact naar voren: 'Elke nieuwsgierige waarnemer kan zien hoe ons motto "Vrede door cultuur" vitaal en urgent wordt.'"
In 1954 riep UNESCO een internationale conferentie bijeen die van 21 april tot 14 mei in Den Haag plaatsvond in het Vredespaleis. Het werd bijgewoond door vertegenwoordigers van 56 staten.
Op 14 mei 1954 werd het Haags Verdrag tot bescherming van cultuurgoederen in geval van gewapend conflict en het bijbehorende protocol ondertekend. Het was op deze conferentie en in het bijzonder dankzij de actieve deelname van de Sovjetstaat eraan dat de voorstellen van N. Roerich werden uitgevoerd.
Volgens het verdrag van 1954 worden cultuurgoederen tot beschermingsobject verklaard. Deze omvatten roerende of onroerende goederen (monumenten van architectuur, kunst of geschiedenis, religieuze of wereldlijke monumenten, archeologische vindplaatsen, manuscripten, boeken, enz.); gebouwen voor het bewaren of tentoonstellen van roerende cultuurgoederen (musea, grote bibliotheken, archiefbewaarplaatsen, enz.) en centra die een aanzienlijk deel van het hierboven genoemde cultuurgoed bevatten.
Het Verdrag van 1954 ging volledig uit van de principes die in het Roerich Pact tot uitdrukking kwamen, en specificeerde deze principes in sommige gevallen meer in detail (het begrip 'beschermd cultuurgoed' werd uitgebreid, en de verplichtingen van de staat werden nader geformuleerd)."